Adolphe (Antoine-Joseph) Sax – de uitvinder van de saxofoon – werd op 6 november 1814 geboren te Dinant. Adolphe was de oudste zoon van Charles-Joseph Sax (1791-1865) en van Marie-Joseph Masson (1813-1865). Er waren 11 kinderen in het gezin, maar slecht 4 zouden meer dan 25 jaar oud worden.
Vader Charles-Joseph maakte muziekinstrumenten. Hij had een grote winkel in de Nieuwsstraat in Brussel. Hij was zelfs hofleverancier voor het huis van Oranje tijdens de Nederlandse bezetting. In 1853 vervoegde de meester zijn zoon Adolphe in Parijs. Met de steun van zijn vader creëerde en perfectioneerde Adolphe reeds op jeugdige leeftijd instrumenten die hij als een echte virtuoos bespeelde.
Zijn eerste experimenten deed hij trouwens met de basklarinet: hij ontwikkelde een nieuw 24-kleppensysteem dat hij demonstreerde het op de Brusselse industrietentoonstelling van 1835 en later patenteerde. Daarna werkte Sax aan de plannen voor een reeks nieuwe instrumenten.
In 1840 stelde Adolphe Sax 9 uitvindingen voor op een Belgische beurs. Men wou hem de eerste prijs echter niet geven omdat hij te jong was. Hij weigerde de zilveren medaille, antwoordend ‘Als zij denken dat ik te jong ben voor de gouden medaille, dan vind ik mezelf te oud voor de zilveren.’
Op de Brusselse industrietentoonstelling van 1841 gaf Sax een eerste officiële auditie van zijn creatie: de saxofoon (letterlijke betekenis = de stem van Sax). Maar aangezien de saxofoon nog niet gepatenteerd was speelde Sax achter een gordijn zodat niemand kon zien welk instrument die goddelijke klanken voortbracht. In die periode weigerde de Koninklijke Harmonie van Brussel zijn klarinetten. Ze noemden hem ‘onderkruiper Sax’. Adolphe daagde hen uit op de klarinet. De uitdaging werd aangenomen en Sax won voor een publiek van 4000 man – waarna hij als solist werd aangenomen. Men schreef werken voor hem die na zijn vertrek zo ingewikkeld bleken dat niemand anders ze kon opvoeren.
Onverstoord ging de uitvinder door met nieuwe vondsten, zoals een geluidsreflector, een dubbele basklarinet, een afstellingsproces voor piano’s, en zelfs een stoomorgel die ‘overal in de provincie hoorbaar zou zijn’.
In België kreeg Sax echter niet de erkenning die hij verwachtte.
Hij ging dan ook elders zijn geluk zoeken. Adolphe Sax ging naar Parijs. Hij vertrok met 30 Frank.
1842 was het keerpunt in zijn leven: op basis van de bassaxofoon die hij eerder al ontwierp creerde hij de rest van de saxofoonfamilie. In juni 1842 kwam Sax in contact met Hector Berlioz. Die was erg invloedrijk in de Franse muziekwereld, vooral door zijn kritieken in ‘Journal des Débats’. Beide mannen spraken uren met elkaar, waarbij Sax zijn ideeën aan Berlioz uitlegde. Bij het einde van het gesprek zei Berlioz ‘Morgen zal je weten wat ik van je werk vind’. Berlioz bleek eindeloos enthousiast over Sax en schreef een lovend artikel. Het artikel werd gereproduceerd in de Franse en Belgische pers. Zijn verslag kwam neer op het volgende: ‘Het grote voordeel is de variatie in accent, soms ernstig, soms kalm, soms ongeduldig, dromerig, of melancholisch, or vaag, zoals een echo, zoals het onduidelijk geklaag van de wind in het struikgewas, of beter nog de mysterieuze vibraties van een bel, lang nadat die aangeslagen is; er bestaat voor zover ik weet geen enkel ander intrument dat deze bijzondere resonatie voortbrengt, die aan de rand van de stilte ligt.’
Voor Sax was dit de start van een rijker leven maar tegelijk ook de start van jaloezie, vijandigheid en haat tegen hem. Men zou verschillende rechtszaken tegen hem aanspannen wat hem tot driemaal toe in faling bracht. Maar zijn productie zou niet tanen. Met ongeveer 100 man zou hij tussen 1843 en 1860 20.000 instrumenten maken.
Tijdens de Frans-Duitse oorlog stortte de productie weerom in elkaar; bij zijn volgende faillissement werd zijn persoonlijke instrumentenverzameling, bestaande uit 467 stukken, zelfs openbaar verkocht.
Adolphe Sax is nooit gehuwd. Hij had echter wel een levensgezellin van bescheiden Spaanse afkomst, Louise-Adèle Maor, die echter stierf op haar dertigste. Zij liet hem 5 kinderen na. Adolphe Sax overleed op 7 februari 1894, en is begraven op ‘Montmartre’.
Sax werd nooit bijzonder rijk – door de aanhoudende processen liet hij zelfs een berg schulden na… maar hij kreeg uiteindelijk wel de erkenning die hem toekwam. De saxofoon is één van de meest populaire instrumenten ter wereld.
Eén van de zonen, Adolphe-Edouard, zette de zaak voort totdat ze in 1928 werd overgenomen door de Parijse firma van Selmer.
Adolphe Sax (November 6, 1814 – February 4, 1894 was a Belgian musical instrument designer and musician (clarinetist), best known for inventing the saxophone.
He was born in Dinant in Wallonia, Belgium. His father, Charles-Joseph Sax, was an instrument designer himself, who made several changes to the design of the horn. Adolphe began to make his own instruments at an early age, entering two of his flutes and a clarinet into a competition at the age of fifteen. He subsequently studied those two instruments at the Royal School of Singing in Brussels.
Having left the school, Sax began to experiment with new instrument designs, while his father continued to produce conventional instruments to bring money into the household. Adolphe’s first important invention was an improvement of the bass clarinet design which he patented at the age of twenty.
In 1841, Sax relocated permanently to Paris and began work on a new set of instruments which were exhibited there in 1844.
They were valved bugles, and although he had not invented the instrument itself, his examples were so much more successful than those of his rivals that they became known as saxhorns. They range in approximately seven different sizes, and paved the path to the creation of the flugelhorn. Today, they are widely used in concert bands and sometimes in orchestras. The saxhorn also laid the groundwork for the modern euphonium.
Sax also developed the saxotromba family, valved brass instruments with narrower bore than the saxhorns, in 1845, though they survived only briefly.
Saxhorn instruments spread rapidly throughout the world. The saxhorn valves were accepted as state of the art and are still largely unchanged today. The advances made by Adolphe Sax were soon followed by the formation of the famous British brass band movement which exclusively adopted the saxhorn range. An example is the Jedforest Instrumental Band which formed in 1854 within the Scottish Borders only a decade after saxhorn models became available.
The period around 1840 saw Sax inventing the clarinette-bourdon, an early (and unsuccessful) design of contrabass clarinet. Most significantly, at this time he developed the instrument for which he is now best known, the saxophone, patented in 1846. The saxophone was invented for use in both orchestras and concert bands.
Composer Hector Berlioz wrote approvingly of the new instrument in 1842. By 1846 Sax had designed, on paper, a full range of saxophones (from sopranino to subcontrabass). Although they never became standard orchestral instruments, the saxophones made his reputation, and secured him a job teaching at the Paris Conservatoire from 1867.
Sax continued to make instruments later in life, as well as presiding over a new saxophone class at the Paris Conservatoire. However, rival instrument makers attacked the legitimacy of his patents and mounted a long campaign of litigation against Sax and his company, driving him into bankruptcy twice (in 1856 and 1873).
Sax suffered from lip cancer between 1853 and 1858 but made a full recovery. He died in 1894 in Paris and was interred in section 5 (Avenue de Montebello) at the Cimetière de Montmartre in Paris.